Een boa mag gegevens verstrekken aan een toezichthouder die binnen hetzelfde ‘domein’ werkt als dat van de boa. Een boa mag echter óók verstrekken aan een bestuursorgaan dat belast is met ‘de uitvoering van wetgeving op het betreffende domein’.
Sinds 2019 is de Wpg ook op de gegevensverwerking door een boa van toepassing. Artikel 7 van het Besluit politiegegevens boa (Bpgboa) werd (ook door mij) kortweg uitgelegd als: verstrekken aan de toezichthouder. Maar er zijn dus meer mogelijkheden.
Hieronder beschrijf ik een situatie waarbij er geen sprake is van een toezichthouder, maar wel van uitvoering van wetgeving. Het college van de gemeente is belast met de uitvoering van de Participatiewet. De medewerker (een casemanager of dossiermanager) die het uitkeringsdossier in beheer heeft, heeft de taak om de uitkering aan te passen aan de hand van de feitelijke rechtmatigheid.
De onderzoeksbevindingen die een sociaal rechercheur (boa) in zijn strafrechtelijk onderzoek verwerkt, zijn daarbij cruciaal. Deze kunnen verstrekt worden aan de casemanager, zodat hij de uitkering kan intrekken en terugvorderen. Dit traject loopt dus parallel aan het strafrechtelijke traject. Vergelijkbare situaties kunnen zich voordoen bij een sociaal rechercheur werkzaam bij een regionale sociale dienst, het UWV of de SVB.

Voorwaarden voor de Bpg boa artikel 7-verstrekkingen:
- Alleen politiegegevens die door de boa zelf verzameld zijn, mogen verstrekt worden.
- Er mag alleen verstrekt worden aan een toezichthouder of bestuursorgaan dat binnen hetzelfde ‘domein’ of werkveld werkzaam is als waarbinnen de te verstrekken gegevens verwerkt worden.
- Verstrekken mag alleen voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de taak van de ontvanger. Bijvoorbeeld als: het toezicht binnen bepaalde sectoren geïntensiveerd dient te worden; boetes moeten worden opgelegd, of uitkeringen worden teruggevorderd; vergunningen moeten worden ingetrokken, bijvoorbeeld voor het houden van vee.
- Artikel 9-gegevens mogen alleen verstrekt worden indien dit strikt noodzakelijk is en na overleg met een bevoegd functionaris.
- In bijzondere gevallen kan er, als er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang, verstrekt worden aan toezichthouders in een ander werkveld.
- Verstrekking kan alleen in overeenstemming met het bevoegd gezag. Maar voor artikel 8-gegevens is geen afstemming met het bevoegd gezag nodig, tenzij de gegevens met bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn verkregen.
De boa voert zijn werk uit onder het gezag van de officier van justitie. Dat een verstrekking ‘in overeenstemming met het bevoegd gezag’ plaatsvindt, houdt in dat de OvJ in de gelegenheid moet zijn zeggenschap uit te oefenen over de verstrekking. Hij dient vooral te kijken naar de afstemming tussen de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke afdoening, naar de afstemming met het verstrekken van strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de opsporing van strafbare feiten. Met deze instructie heeft het OM beleid ontwikkeld waaruit blijkt dat voor artikel 8-gegevens geen afstemming (meer) nodig is. Voor artikel 8-gegevens geldt dus dat toezichthouders toegang mogen hebben tot de gegevens die door een boa zijn vastgelegd, zonder dat daar extra handelingen door de werkgever voor nodig zijn.
Conclusie is dat artikel 7 van het Bpgboa meer mogelijkheden heeft dan je in eerste instantie zou denken. Zowel verstrekken aan toezichthouders, als aan bestuursorganen, maar ook verschillende vormen van verstrekken (zoals autoriseren) zijn mogelijk.